CERTAINE GAIETE asbl
Certaine Gaieté | Manifeste de l'insulte | Liste signataires

Manifest voor de bescherming van de belediging

De belediging is zo oud als de sprekende mensheid.  We zullen nooit te weten komen of het eerste woord van de mens een vloek was of een belediging bestemd voor een van zijn evennaasten.  Ze behoort tot de eerste uitdrukkingen van de taal van het kind.  En, volgens Sigmund Freud, is de eerste die een belediging heeft geworpen in plaats van een steen, de stichter van de beschaving.

Er bestaat geen enkele cultuur, geen enkel idioom dat niet één of andere belediging kent tegenover de andere, hetzij vijand of geliefde.  Met de belediging, bevrijdt de taal zich van de grammaticale en lexicale beperkingen, zoals de belediger zich bevrijdt van de sociale beperkingen.  Ze doet nochtans beroep op een codetaal waarvan de grondslag verwijst, door ze te provoceren, naar de grote waardensystemen van een samenleving: de familiale en sexuele betrekkingen, de ethische modellen, de economie, het behoren tot een sociale groep of tot een ethnie.  Ze maakt volledig deel uit van de culturele identiteit.

De belediging draagt bij tot de groepsdynamiek en, in sommige culturen, tot de overgangsrituelen.  Ze kan dienen tot het verheffen maar evengoed devalueren van het lid van een gemeenschap, ze stelt zijn weerstand tegen tegenslag op de proef.  Ze kan kwaadaardig zijn, vernederend, ze kan de betrokkene diep raken.  Ze is ook catharsis, gebruikelijk model van de uitdrukking van de revolte, onvermijdelijke doorgang van de woede en voorafgaand aan het geweld.  Door de ontlading van de emotie, kan ze vermijden dat tot de daad wordt overgegaan.  Ze wordt dan een hulpmiddel en vervangt het wapen.  Ze vormt de oorlog om tot een woordenstrijd, waar de elegantie van de woorden de plaats inneemt van de splinterbommen.  In heel wat gevallen, zou ze de vernietiging van de mensheid kunnen vermijden.

We beperken ons tot de verbale belediging, die we moeten onderscheiden van de lompheid, van het beledigende gebaar, zelfs van de onwetendheid van de gebruiken van de Andere, ook al kan een van deze houdingen het onmatige  taalgebruik begeleiden.  Ze kan zowel privé als in het openbaar geuit worden, gepaard met humor of woede, op voorwaarde dat ze bestaat in een opeenvolging van woorden die begrepen kunnen worden door de persoon tot wie ze gericht wordt… zelfs als haar betekenis niet altijd begrepen wordt… dat zou al te mooi zijn.

De belediging kan niet gescheiden worden van het taalpatrimonium van de mensheid.  Haar levendigheid wordt geapprecieerd door te luisteren naar de woorden die gewisseld worden in de straat, met name bij de kruispunten, naar de liedjes, of de taalevoluties van de jeugd.  Ze wordt daarom nog niet minder bedreigd, net zoals de andere tradities, door de culturele uniformisering.

In een wereld waar communicatie van kapitaal belang is, is heersen over de taalnormen een buitengewone inzet.  Het is ook via de taal dat de uitsluitingen gebeuren en dat de maatschappelijke relaties opgebouwd worden.  De belediging behoort tot de ruwste taaluitingen en de duidelijkste inzake de machtsverhoudingen.

Sommige overheden pogen sinds enige tijd dit taalgebruik in te perken door de idiomatische productie te beperken tot het “politiek correcte”, en door de onbeleefde aanspreking in de stafrechterlijke beschikkingen op te nemen.  De bestrijding van de onhoffelijkheden kan leiden tot een politierepressie van de taal en bijgevolg tot een verarming ervan.

Daarom verzoeken wij onze regeringen om tussenbeide te komen bij de UNESCO opdat de belediging erkend zou worden als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid en als zodanig beschermd zou worden.